Baklava in the colors of the German and Turkish flags, in a shop window in Düsseldorf, Germany (foto, Jérôme, wikipedia, GNU Free Documentation)
| | |

Turken in Europa – een migratiegeschiedenis

De Turkse Federatie Nederland (TFN) is onderdeel van wat we de Turkse aanwezigheid in Europa kunnen noemen. Die aanwezigheid is een van de belangrijkste vormen van migratie van de naoorlogse periode op het continent. Sinds de jaren zestig zijn miljoenen mensen van Turkse afkomst naar verschillende Europese landen verhuisd.

Wat begon als een tijdelijke arbeidsmigratie groeide uit tot een permanente vestiging van grote gemeenschappen met eigen sociale, economische, culturele en politieke netwerken.

Wat begon als een tijdelijke arbeidsmigratie groeide uit tot een permanente vestiging van grote gemeenschappen met eigen sociale, economische, culturele en politieke netwerken.

De integratie van Turken in Europa is daarom niet alleen een verhaal over migratie, maar ook over identiteitsvorming, burgerschap, economische ontwikkeling en de veranderende relatie tussen Europa en het moederland, Turkije. Voor wat de integratie van Turken in Europese landen betreft spelen werk, onderwijs, taalvaardigheid, sociale interactie en politieke contacten een grote rol. De integratie van Turken kent verschillende periodes, elk met eigen kansen en uitdagingen.

In dit dossier op de TFN-website leggen we uit waarom Turken naar Nederland en Europa kwamen, hoe het hen is vergaan en waar ze nu staan. We doen dit voor iedereen die meer wil weten en begrijpen over de Turkse minderheid in Nederland en in andere Europese landen. Onbekend maakt immers onbemind. Door elkaar beter te begrijpen kunnen we samen bouwen aan meer begrip en een betere toekomst.

De Turkse gastarbeiders

Na de Tweede Wereldoorlog kende West-Europa een periode van snelle economische groei. Landen als Duitsland, Nederland, België, Frankrijk en Oostenrijk hadden al gauw een groot tekort aan arbeidskrachten. Om deze tekorten op te vangen sloten Europese regeringen verdragen met verschillende landen om buitenlandse werknemers aan te trekken. In eerste instantie werden er deals gesloten met Italië, Spanje en Griekenland om gastarbeiders naar hier te laten komen. Later werden akkoorden getekend met Turkije en Marokko.

In 1961 ondertekenden Duitsland en Turkije hun eerste ‘arbeidswervingsovereenkomst’ en kort daarna volgden andere West-Europese landen – de landen aan de oostkant van het IJzeren Gordijn, dat Oost en West-Europa van elkaar scheidde, deden niet mee aan de deals. Begin jaren zestig vertrokken tienduizenden Turkse mannen naar Europa om te werken in fabrieken, mijnen, de bouwsector en andere arbeidsintensieve industrieën. Ze werden ‘gastarbeiders’ genoemd, een term die suggereerde dat hun verblijf tijdelijk zou zijn.

Turkse gastarbeiders eten in pension, 1971 (foto: Polygoon, Facebook)
Turkse gastarbeiders eten in pension, 1971 (foto: Polygoon, Facebook)

Veel van deze eerste migranten kwamen uit de landelijke gebieden in Turkije, zoals Centraal-Anatolië, waar op dat moment weinig werk voor handen was. Hun opleidingsniveau was meestal gering en hun kennis van Europese talen was minimaal. Zowel de ontvangende landen als de Turken zelf gingen ervan uit dat ze na een paar jaar zouden teruggaan met voldoende spaargeld om in het moederland een beter leven op te bouwen. De werkelijkheid bleek anders. Naarmate de economische situatie in West-Europa gunstig bleef en de migranten zich begonnen te vestigen, werd terugkeer steeds minder aantrekkelijk. Velen besloten om permanent te blijven.

Gezinshereniging

Door de oliecrisis van 1973 ontstond er een recessie in de West-Europese landen en was het voorbij met de ongebreidelde economische groei. Daarom stopten veel regeringen met de actieve arbeidswerving. Dit betekende echter niet dat de gastarbeiders terug gingen of dat de Turkse aanwezigheid in Europa afnam. Integendeel: veel migranten maakten gebruik van nieuwe regelingen voor gezinshereniging.

Echtgenotes en kinderen kwamen over vanuit Turkije, waardoor de Turkse gemeenschappen hier een permanent karakter kregen. In plaats van alleenstaande mannen ontstonden complete gezinnen en buurten, waarin Turkse migranten samenwoonden en een eigen gemeenschap opbouwden. Moskeeën, culturele verenigingen, voetbalclubs, winkels en maatschappelijke organisaties werden opgericht om aan de behoeften van de gemeenschap te voldoen.

Deze ontwikkeling, die gedurende de jaren zeventig en tachtig doorging, veranderde ook de aard van het integratievraagstuk. Waar het eerst vooral ging om arbeidsmigratie, kwamen nu onderwerpen zoals onderwijs, huisvesting, opvoeding en maatschappelijke participatie centraal te staan. West-Europese overheden moesten ineens gaan nadenken over hoe ze grote migrantengemeenschappen konden opnemen in hun samenleving, en welke gevolgen dit zou hebben. Ieder land pakte het op eigen wijze aan.

Turken in Duitsland

Duitsland werd het belangrijkste bestemmingsland voor Turkse migranten. Tegenwoordig woont daar de grootste Turkse gemeenschap buiten Turkije: het gaat om een volksdeel van ruim drie miljoen mensen. Pas sinds een jaar of dertig voert de Duitse overheid actief integratiebeleid, want lange tijd bleef die de Turken beschouwen als tijdelijke bewoners die weer terug zouden gaan.

Hierdoor werden in de eerste decennia van de Turkse aanwezigheid in Duitsland relatief weinig maatregelen genomen om de groep te integreren. Er was bijvoorbeeld amper extra taalonderwijs in het Duits en te weinig aandacht voor burgerschapsvorming. Pas toen duidelijk werd dat de migranten permanent bleven, ontstond dus een actief integratiebeleid. Dit is een proces dat tot op de dag van vandaag nog niet is voltooid.

De Turkse gemeenschap heeft een grote economische bijdrage geleverd aan het naoorlogse Duitsland, dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Turkse ondernemers hebben met de jaren duizenden bedrijven opgericht, variërend van kleine winkeltjes en restaurants tot grote ondernemingen en organisaties. Ook zijn veel mensen van Turkse komaf actief geworden in andere sectoren, zoals cultuur, wetenschap, politiek, sport en de juridische branche.

Tegelijkertijd verliep de integratie van de Duitse Turken niet zonder problemen. In sommige wijken ontstond een te grote concentratie van migranten, waardoor sociale segregatie ontstond: afzondering van andere groepen in de samenleving. Daarnaast werden Turkse migranten geconfronteerd met discriminatie op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven. Soms was er sprake van geweld, zoals de aanslag van neonazi’s in Solingen, die een Turks gezin het leven kostte. Zij kwamen thuis om in een vlammenzee.

Toch laat de ontwikkeling van opeenvolgende generaties zien dat integratie vooruitgang heeft geboekt. Jongeren van Turkse origine spreken doorgaans vloeiend Duits, volgen hoger onderwijs en nemen steeds vaker deel aan het publieke leven. Tegelijkertijd kun je als Duitse Turk opgaan in de gemeenschap, die qua organisatie groot genoeg is om zichzelf te bedruipen.

In de praktijk zijn de Turken in Duitsland behoorlijk ‘zelfstandig’ en opzichte van hun verwanten in de landen eromheen, die andere groepen meer nodig hebben. Dat wil zeggen dat er in Duitsland genoeg Turken aanwezig zijn om meer op zichzelf staande gemeenschappen te kunnen vormen. Critici vinden dat Turks Duitsland te gesloten en in zichzelf gekeerd is, en zich nog meer moet openen ten opzichte van de rest van de samenleving. Uiteraard is dit allemaal vrij algemeen gesteld. 

De situatie in Nederland

Nederland kreeg vanaf de jaren zestig eveneens grote aantallen Turkse arbeidsmigranten te verwerken. Ze gingen aan de slag in de grote en kleine industrie, de mijnen en de havens. Net als in Duitsland ging men er in de polder van uit dat hun verblijf tijdelijk zou zijn. Maar de gezinshereniging van begin jaren zeventig maakte duidelijk dat de Turkse gemeenschap een blijvend onderdeel van de Nederlandse samenleving zou worden.

In de jaren tachtig en negentig voerde Nederland een multicultureel beleid, waarbij culturele en religieuze organisaties van minderheden alle ruimte kregen. Er was veel subsidie beschikbaar en het idee was dat nieuwkomers zouden integreren vanuit het principe van soevereiniteit in eigen kring. Turkse Nederlanders richtten eigen scholen, verenigingen, moskeeën, sportclubs en media op. Het multiculturele beleid moest zorgen voor meedoen in de maatschappij met behoud van de eigen identiteit.

Eind jaren negentig verschoof  het beleid, onder meer door critici zoals socioloog en politicus Pim Fortuyn, die wees op de handicaps van het multiculturele beleid. Meer nadruk kwam te liggen op taal, arbeidsparticipatie en gedeelde maatschappelijke waarden. Discussies over immigratie, de positie van de islam en nationale identiteit werden prominenter in het publieke debat. Van Turken in Nederland werd meer gevraagd dan bijvoorbeeld van Turken in Duitsland om mee te doen.

Tegelijkertijd waren Turken in Nederland zich al langer bewust van integratie: kinderen van de tweede en derde generatie gingen al in de jaren negentig naar het hoger onderwijs om door te leren, iets wat toen bijvoorbeeld in Duitsland veel minder voor kwam. Het werd door de overheid en leiders in de gemeenschap aangemoedigd. Mede daardoor hebben de Turken een behoorlijke slag gemaakt in hun integratieproces in Nederland.

Abdurrahman Ozsoy met gezin in Volendam (foto, privé)

Turkse Nederlanders hebben zich zodoende op veel terreinen ontwikkeld. Het opleidingsniveau van jongere generaties is veel hoger dan van de eerste generatie. Ook zijn steeds meer mensen van Turkse origine actief in politiek, journalistiek, onderwijs, het bedrijfsleven en de juridische wereld. Tegelijkertijd bestaan er nog verschillen in arbeidsmarktpositie en inkomensniveau ten opzichte van de gemiddelde bevolking.

Integratie van Turken in Nederland verloopt niettemin nog steeds redelijk goed. Dat komt mede door het aantal: momenteel wonen er ongeveer 450.000 Turkse Nederlanders in het Koninkrijk der Nederlanden, een land met meer dan achttien miljoen ingezetenen. Omdat het aantal Turken relatief kleiner is dan in Duitsland, zijn zij meer aangewezen op interactie en samenwerking met andere groepen, wat hun integratie ten goede komt.

Frankrijk, België en Oostenrijk

In Frankrijk, België en Oostenrijk ontstonden eveneens grote Turkse gemeenschappen. De integratie verliep in elk land naar een eigen model.

Frankrijk hanteerde traditioneel een republikeins integratiemodel waarin burgers geacht worden zich primair te identificeren met de Franse natie. Culturele verschillen worden minder sterk erkend dan bijvoorbeeld in Nederland. Dit heeft geleid tot een andere dynamiek rond identiteit en integratie, waarbij Turken in voorsteden en buitenwijken wonen. Gettovorming is in Frankrijk meer aanwezig dan in Nederland en Duitsland. 

België heeft Turken in Vlaanderen en het Franstalige landsdeel, wat hun integratie veel complexer maakt. Turkse migranten moesten zich vaak aanpassen aan meerdere taal- en cultuuromstandigheden, zeker als ze werk vonden aan beide kanten van de taalgrens. Turken in Vlaanderen hebben zich mettertijd anders ontwikkeld dan Turken in Franstalig België. Desondanks hebben ze in beide landsdelen een zichtbare positie opgebouwd binnen het economische en maatschappelijke leven.

Oostenrijk is qua ontwikkeling vergelijkbaar met Duitsland. Turkse migranten vormden een belangrijke groep arbeiders tijdens de economische groei van de jaren zestig en zeventig. Integratievraagstukken rond onderwijs, taal en burgerschap bleven daar net als in Duitsland lang onbesproken. Er kwam verandering in tijdens de rechtse regeringen van bondskanselier Wolfgang Schüssel, die van integratie, waarden en uitdagingen met de islam speerpunten maakte. Oostenrijkse Turken vormen nog steeds een grote, prominente migrantengroep.

Zwitserse Turken

Een van de beste voorbeelden van geslaagde integratie van Turken kun je vinden in Zwitserland. Ook daar werden Turkse arbeidsmigranten in de jaren zestig aangetrokken. De groeiende industrie, bouwsector en diensteneconomie creëerden vraag naar buitenlandse werknemers. Veel Turkse migranten vestigden zich in steden zoals Zürich, Bazel, Bern en Genève. Anders dan in sommige grotere Europese landen bleef de omvang van Turks Zwitserland relatief beperkt: er wonen ongeveer 150.000 Turken in het Alpenland.

De integratie in Zwitserland werd sterk beïnvloed door de vele kantons en de vier officiële talen. Turkse migranten moesten zich vaak aanpassen aan een Duitstalige, Franstalige of Italiaanstalige omgeving. Integratie vond plaats op kleine schaal, waardoor het eenvoudiger aanpassen was. Taal en meedoen zijn in sommige kantons vanzelfsprekender, zeker wanneer er relatief weinig Turken op een en dezelfde plek aanwezig zijn. 

Met de jaren zijn Turkse Zwitsers economisch erg succesvol geworden, onder meer als vakmensen en ondernemers. Er zijn veel Turkse restaurants en dönerzaken, maar ook doen Turken het goed in sporten als voetbal. Het nationale elftal kent Turkse spelers en zelfs de bondscoach is van Turkse komaf. Tegelijkertijd blijft de discussie over integratie en religie aanwezig, getuige onder meer het minarettenverbod. De jongere generaties zijn echter steeds sterker geïntegreerd in het Zwitserse onderwijs- en arbeidssysteem.

Turkse vlag op de Matterhorn (foto: Turksemedia.nl)
Scandinavië: Zweden en Denemarken

De Turkse migratie naar Scandinavië vond op kleinere schaal plaats dan naar Duitsland of Nederland, maar kende vergelijkbare patronen. In Zweden arriveerden Turkse migranten vanaf de jaren zestig en zeventig als arbeidsmigranten, waarna gezinshereniging zorgde voor stabiele gemeenschappen. Zweden stond lange tijd bekend om zijn relatief open immigratie- en integratiebeleid. Turken kregen toegang tot onderwijs, sociale voorzieningen en taalcursussen. De participatie van Turken was hierdoor relatief groot, hoewel ook in Zweden uitdagingen waren met werk, onderwijs en integratie.

In Denemarken werd het integratiedebat vanaf de jaren negentig sterker gepolitiseerd. De Turkse gemeenschap behoort er tot een van de grootste niet-westerse migrantengroepen. Veel Turkse Denen zijn actief in handel, dienstverlening en het bedrijfsleven. Strengere immigratieregels en discussies over nationale identiteit hebben invloed gehad op hun positie. Net als elders in Europa zijn de tweede en derde generatie Deense Turken meer betrokken in het onderwijs en in de samenleving dan hun ouders en grootouders.

Britse Turken

In de Turkse migratiegeschiedenis van Europa neemt het Verenigd Koninkrijk een bijzondere plaats in. Vergeleken met Duitsland en Nederland waren daar veel minder gastarbeiders, onder meer omdat de Britten te maken hadden met migratie uit de voormalige koloniën. Een belangrijk deel van de Turkstalige bevolking van het VK bestaat uit migranten uit Turkije, maar ook uit Turkse Cyprioten die zich al vanaf de jaren vijftig en zestig in Britse steden vestigden, voornamelijk in Londen.

De Brits-Turkse gemeenschap ontwikkelde zich sterk via familie- en ondernemersnetwerken. Vooral in de horeca, detailhandel en dienstverlening bouwden Turkse en Turks-Cypriotische ondernemers een stevige economische positie op. Londen groeide uit tot een belangrijk cultureel centrum voor de Turkse diaspora in Europa, van waaruit veel contacten onstonden met Turken op het vaste land. Nog steeds vinden er huwelijken plaats tussen Britse en Europese Turken.

De integratie verliep over het algemeen relatief soepel dankzij de lange traditie van het opnemen van migranten in het Verenigd Koninkrijk en het multiculturele karakter van grote steden. Ook het Engels, de wereldtaal van onze tijd, speelt een grote rol in de integratie van Turken in het VK. Toch bestaan ook hier uitdagingen rond sociaaleconomische kansen, onderwijsachterstanden en de vraag hoe culturele identiteit zich verhoudt tot burgerschap in een snel veranderende samenleving.

Britse Turken hebben vaak een connectie met Noord-Cyprus, demo in Londen (foto: BritishTurk, wikipedia)
Onderwijs als integratiesleutel

Vaak wordt onderwijs gezien als een van de belangrijkste factoren voor succesvolle integratie. Voor de eerste generatie Turken speelde onderwijs meestal een beperkte rol, omdat ze als volwassenen vanuit achtergestelde gebieden naar Europa kwamen om te werken. Maar bij hun kinderen lag dit anders. De tweede generatie groeide op in het Europese onderwijs en kreeg toegang tot kansen die hun ouders vaak nooit hadden gehad. Toch verliep deze ontwikkeling niet altijd even soepel.

Veel kinderen van de eerste generatie Turkse migranten begonnen hun schoolloopbaan met een taalachterstand. Ook hadden sommige ouders amper kennis van het onderwijssysteem, waardoor ze hun kinderen niet goed konden begeleiden. Docenten op basisscholen kregen vaak te maken met afwezige ouders en bepaalden dan zelf dat hun kinderen naar het beroepsonderwijs moesten. In verschillende landen leidde dit tot lagere onderwijsresultaten onder de tweede generatie.

Sinds de jaren negentig is er echter sprake van duidelijke vooruitgang. Steeds meer jongeren van Turkse afkomst haalden toen diploma’s in het hoger onderwijs, met name in Nederland Zweden en Zwitserland. In de andere landen kwam wat later een inhaalslag. Universiteiten tellen inmiddels grote aantallen studenten met Turkse wortels. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een groeiende middenklasse van Turkse artsen, juristen, ingenieurs, onderzoekers, creatievelingen en ondernemers.

Onderwijs heeft daarmee niet alleen economische mobiliteit mogelijk gemaakt, maar ook bijgedragen aan bredere maatschappelijke participatie.

Turks kind op Nederlandse school (foto, Polygoon, wikipedia)
Turks kind op Nederlandse school (foto, Polygoon, wikipedia)
Economische participatie

Werk speelt een centrale rol in de integratie van Turken in Europa. De eerste generatie werkte vooral in laaggeschoolde functies in de industrie en productie. Toen veel Europese economieën vanaf de jaren tachtig veranderden en industriële banen verdwenen, werden sommige Turkse werknemers hard getroffen: de werkloosheid onder hen was relatief groot. Los daarvan kwam ondernemerschap meer centraal te staan. Turkse ondernemers richtten restaurants, supermarkten, reisbureaus en andere bedrijven op.

De nieuwe bedrijvigheid creëerde werkgelegenheid en versterkte de economische zelfstandigheid van Turken. Tevens vormden de ondernemingen bruggen tussen Turken en niet-Turken. Tegenwoordig dragen Turken een deel van de economie in Europese landen. De derde generatie is bovendien vaker actief in hooggekwalificeerde beroepen. Hierdoor verschuift het beeld van Turkse gemeenschappen geleidelijk van arbeidersgroepen naar een meer sociaal en economisch diverse bevolkingsgroep.

Religie en identiteit

Godsdienst speelt een belangrijke rol binnen veel Turkse gemeenschappen in Europa. De meerderheid van de Turkse migranten is moslim, hoewel er binnen de groep verschillen bestaan. Vanaf de jaren zeventig werden moskeeën belangrijke centra voor religieuze, sociale en culturele activiteiten. Ze boden niet alleen een gebedsruimte, maar werden ook een plek voor onderwijs, ontmoeting, cultuur- en taalbeleving en gemeenschapsvorming.

Tegelijkertijd heeft de islam geleid tot maatschappelijke discussies in West-Europese landen. Vraagstukken over religieuze vrijheden, godsdienstige symbolen zoals hoofddoeken, rond islamitisch onderwijs en de bouw van nieuwe moskeeën, staan regelmatig centraal in politieke debatten. In de jaren 2000 was het in Nederland een belangrijk debat, maar nog steeds komt het debat terug. Hetzelfde geldt voor andere Europese landen.

Bij veel mensen van Turkse afkomst bestaat hun identiteit uit meerdere lagen. Ze voelen zich verbonden met zowel hun woonland, Europa als Turkije. Deze meervoudige identiteit kan verrijkend zijn, maar brengt soms ook spanning en verwarring met zich mee. Bij wie hoor ik: Nederland, Turkije of allebei? Het is een vraag die nog vaak gesteld wordt.

Politieke participatie

Een ander belangrijk aspect van integratie is politieke betrokkenheid. In de eerste decennia waren Turkse migranten relatief beperkt vertegenwoordigd in de politiek. Naarmate ze het staatsburgerschap van hun nieuwe thuisland verwierven en hun kinderen daar opgroeiden, veranderde dit. In veel Europese landen is het inmiddels normaal dat Turken politiek actief zijn op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Ze horen bij verschillende politieke stromingen en houden zich bezig met een breed scala aan thema’s.

Politieke participatie weerspiegelt een groeiende betrokkenheid bij de samenleving. Toch laat het moederland velen niet los: sommige kwesties in of rond Turkije hebben invloed op Turkse gemeenschappen in Europa. Politieke ontwikkelingen in het land van de voorouders worden vaak intensief gevolgd en kunnen ook binnen Europese landen voor spanningen zorgen. Dit laat ook zien dat integratie niet noodzakelijk betekent dat de banden met het land van herkomst verdwijnen.

Cem Özdemir is sinds 2026 minister-president van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg (foto, © Raimond Spekking / CC BY-SA 4.0 (via Wikimedia Commons))
Discriminatie en uitdagingen

Hoewel de integratie van Turken in Europa op veel gebieden voortgang heeft geboekt, zijn er nog steeds veel uitdagingen. Discriminatie blijft een belangrijk onderwerp. Onderzoek in Europese landen laat zien dat mensen met een migratieachtergrond soms moeilijker aan werk of een woning kunnen komen. Negatieve stereotypen en vooroordelen over Turken kunnen invloed hebben op hun maatschappelijke kansen.

Tevens hebben terreuraanslagen en internationale spanningen het debat over de islam en migratie sterk beïnvloed. Daardoor hebben sommige Turkse gemeenschappen te maken met wantrouwen of stigmatisering. Anderzijds hebben maatschappelijke organisaties, overheden en burgers zich ingezet voor inclusie en gelijke kansen. Integratie is immers geen proces dat uitsluitend van migranten komt; het vereist ook openheid en acceptatie van de ontvangende samenleving.

De rol van generaties

De rode draad in de geschiedenis van de Turkse integratie in Europa kan worden gezien in de opeenvolging van generaties. De eerste generatie bestond uit arbeidsmigranten die vooral gericht waren op werk en economische verbetering. Hun leven stond vaak in het teken van aanpassing aan een onbekende, westerse omgeving.

De tweede generatie groeide op tussen twee culturen. Deze kinderen moesten een balans vinden tussen de verwachtingen van hun ouders en die van de samenleving waarin ze terecht waren gekomen of geboren werden. Hun generatie speelde een cruciale rol in het bouwen van bruggen tussen verschillende werelden: die van de Turken en die van de ontvangende landen.

De derde en vierde generatie hebben het weer anders. Zij zijn meestal volledig opgegroeid in Europa, spreken de nationale taal als moedertaal en volgen de Europese onderwijstrajecten. Voor hen is de situatie meer als vanzelfsprekend. Velen nemen zonder problemen actief deel aan het maatschappelijke leven en daarmee verschillen hun ervaringen sterk van die van hun grootouders.

Desalniettemin blijven de culturele en familiale banden met Turkije voor velen erg belangrijk. Of ze nou religieus zijn of niet, en waar in het moederland hun voorouders ook vandaan komen: Turkije en de Turkse wereld blijven aantrekken. Zodoende is er voor veel Europese Turken een hybride identiteit die zowel Turkse als Europese elementen omvat. Die wordt niet altijd goed begrepen door anderen, zowel in de Europese landen als in Turkije.

Globalisering, digitalisering

Sinds het begin van de 21ste eeuw heeft globalisering gezorgd voor nieuwe vormen van verbonden zijn. Met dank aan goedkope vliegreizen, satelliettelevisie en sociale media onderhouden leden van Turkse gemeenschappen nauw contact met familie en vrienden in Turkije. Ook blijven ze zo goed op de hoogte van wat er in het land speelt.

Waar migranten vroeger relatief geïsoleerd waren van hun land van herkomst, kunnen ze tegenwoordig het dagelijkse nieuws volgen en makkelijker communiceren met familieleden. Sommige onderzoekers concluderen dat dit de integratie tegenwerkt, omdat de banden met het herkomstland sterker blijven. Anderen stellen juist dat moderne identiteiten en levensvormen niet één nationale context hoeven te hebben: mensen kunnen en mogen zich verbonden voelen met meerdere samenlevingen.

Conclusie

De integratie van Turken in Europa, die vanaf 1960 begon, is een langdurig en veelzijdig proces geweest. Wat begon als tijdelijke arbeidsmigratie groeide uit tot de permanente vestiging van miljoenen mensen en hun nakomelingen. Gedurende meer dan zestig jaar hebben Turkse gemeenschappen een belangrijke bijdrage geleverd aan de economische, sociale en culturele ontwikkeling van Europese landen.

De eerste generatie Turken legde de basis door hard werken in industrie, bouw en dienstverlening. Latere generaties maakten steeds meer gebruik van onderwijs, ondernemerschap en politieke participatie om hun positie te versterken. Tegelijkertijd blijven uitdagingen bestaan, zoals discriminatie, sociale ongelijkheid en discussies over identiteit en religie.

Het verhaal van de Turkse migranten in Europa laat zien dat integratie geen eenrichtingsproces is. Het vraagt inspanning van zowel migranten als de ontvangende samenlevingen. Integratie verloopt bovendien niet lineair: vooruitgang op sommige terreinen kan samengaan met nieuwe spanningen op andere gebieden.

Er is mettertijd een Europese Turkse identiteit ontstaan, zo stelt TFN vast. Daarmee bedoelen wij dat er in Europa een nieuwe Turkse identiteit is opgekomen – en nog in opkomst is – van bevolkingsgroepen die historische, culturele en taalkundige banden hebben met Turkije, maar zich verbonden voelen aan hun nieuwe thuisland en ook niet meer naar Turkije terug zal gaan. Er ontstaat zo een nieuwe Europese subcultuur met eigen tradities, normen en omgangsvormen.

Kortom, na meer dan zes decennia vormen mensen van Turkse komaf een onlosmakelijk onderdeel van het Europese landschap. Hun geschiedenis weerspiegelt de veranderingen die Europa heeft meegemaakt. De Europese landen zijn steeds diverser en internationaler geworden. De integratie van Turken in Europa is daarom niet alleen een verhaal over een migrantengroep, maar ook over de ontwikkeling van het moderne Europa zelf, waartoe zij inmiddels behoren. Turken gaan niet meer weg: ze zijn hier om te blijven.

Vergelijkbare berichten