Turkije en Iran: een relatie van aantrekken en afstoten
Het uitbreken van de Amerikaans-Israëlische oorlog met Iran, op 28 februari 2026, heeft ook impact gehad op de relatie van Ankara met Teheran. Zo moest het Turkse leger verschillende Iraanse raketten onderscheppen en bood Iran verontschuldigingen aan voor deze afzwaaiers. Beide landen hebben een diplomatieke, economische en culturele geschiedenis die eeuwenoud is. Ook woont er een grote Turkse minderheid in Iran. Het zorgt mede voor een relatie die we ook wel een haat-liefdeverhouding kunnen noemen. Ongeacht de omstandigheden blijven beide landen open kanalen hebben voor elkaar. In dit artikel een overzicht.
De relatie tussen Turkije en Iran behoort tot de oudste geopolitieke relaties ter wereld. Al meer dan vijf eeuwen staan beiden tegenover elkaar als rivalen, buren, handelspartners en soms zelfs tijdelijke bondgenoten. Waar Europa eeuwenlang werd gevormd door de strijd tussen Frankrijk en Duitsland, werd het Midden-Oosten sterk beïnvloed door de machtsbalans tussen de Turkse en de Perzische wereld.
Toch is de verhouding tussen beide landen veel complexer dan een simpele tegenstelling. Turkije en Iran delen samen een lange grens. Maar ze delen ook historische handelsroutes, culturele invloeden en een diep verweven verleden. Tegelijkertijd verschillen ze behoorlijk op religieus, politiek en strategisch gebied.
Turkije werd het centrum van het soennitische, Ottomaanse Rijk, terwijl Iran onder de Safaviden-dynastie uitgroeide tot het hart van het sjiisme. Iran werd sjiitisch nadat Sjah İsmail het sjiisme als staatsgodsdienst aannam, in 1501. Hij was van Turkse komaf en beïnvloedde met zijn religieuze kant het land. Hij was tevens zoon- en kleinzoon van een soefi-sjeik, en had met zijn Turkstalige dichtwerk invloed op Turkse stammen in de regio.
Kruisbestuiving
De geschiedenis van Turkije en Iran laat zien hoe rivaliteit en pragmatisme voortdurend hand in hand gingen. Soms stonden beide staten op de rand van totale oorlog. Maar op andere momenten werkten ze samen tegen gezamenlijke vijanden zoals Rusland en westerse mogendheden. In de 21ste eeuw werd de band tussen beide landen opnieuw van groot belang door conflicten in Syrië, Irak, de Kaukasus en vanwege de bredere strijd om invloed in het Midden-Oosten.
Om de relatie tussen beide landen goed te kunnen begrijpen, moet teruggegaan worden naar de bron. De contacten tussen de Turkse en Perzische wereld gaan immers terug tot de Oudheid. Lang voordat de Turken Anatolië of Klein-Azië binnentrokken, maakten delen van het huidige Turkije deel uit van verschillende Perzische rijken zoals het Achaemenidische en het Sassanidische rijk. Vooral West-Anatolië stond eeuwenlang onder Perzische invloed.
Vanaf de elfde eeuw na Christus veranderde de machtsverhouding drastisch door de komst van Turkse volkeren uit Centraal-Azië. De Seltsjoeken, een Turkse dynastie die sterk beïnvloed was door de Perzische cultuur, veroverden grote delen van Iran en Anatolië. Hierdoor ontstond een zogenoemde Turks-Perzische beschaving: Turkse militaire elites bestuurden gebieden waarin Perzische taal, literatuur en bureaucratische tradities dominant bleven.
Deze culturele mix zou eeuwenlang blijven bestaan. Het Ottomaanse hof van de sultans gebruikte veel Perzische literaire tradities, terwijl de Iraanse dynastieën graag Turkse militaire structuren overnamen. Bovendien werd Iran vanaf de elfde eeuw tot de komst van de Pahlavi’s met enkele kleine tussenpozen geregeerd door Turkse dynastieën, waardoor de Turkse militaire structuren meekwamen middels hun overheersing. De relatie tussen beide gebieden was dus nooit louter vijandig: er bestond ook wederzijdse bewondering en zelfs veel culturele uitwisseling.
Machtsstrijd onder de noemer van religie
De moderne rivaliteit tussen Turkije en Iran ontstond in de zestiende eeuw met de opkomst van twee grote rijken: het Ottomaanse Rijk in Turkije en het Safavidische rijk in Perzië. De Safaviden maakten van het twaalver-sjiisme de officiële staatsgodsdienst van Iran. Daarmee onderscheidde Iran zich scherp van het soennitische Ottomaanse Rijk. Tegelijkertijd waren beide rijken grootmachten in de regio en domineerden zij andere volkeren.
Religie speelde indertijd een cruciale rol. De Ottomaanse sultans zagen zichzelf als verdedigers van het soennisme en hoeders van het kalifaat, terwijl de Safavidische sjahs – koningen – een revolutionaire vorm van sjiisme verspreidden onder verschillende Turkse stammen in Anatolië. Echter, de Ottomaans-Safeviedische strijd had vooral te maken met controle op handelsroutes en de vraag wie de opperheerser was van de Turkmeense en Turkse halfnomaden. In die zin vormde religie alleen een bron van motivatie om massa’s ten strijde te laten trekken.
Niettemin beschouwde Sultan Selim I dit als een directe bedreiging voor de stabiliteit van zijn rijk, wat in 1514 mede leidde tot de beroemde Slag bij Chaldiran. De Ottomanen versloegen toen de Safaviden dankzij hun superieure artillerie en bezetten korte tijd de stad Tabriz, die thans in het noordwesten van Iran ligt. De slag was historisch belangrijk omdat die de machtsgrens tussen de Turkse en Iraanse wereld grotendeels vastlegde. De huidige grens tussen beide landen is daarna ongeveer ontstaan.
De daaropvolgende 1,5 eeuw werd gekenmerkt door vrijwel voortdurende oorlogen tussen beide rijken. Met elkaar vochten ze om invloed in Mesopotamië (het huidige Irak), de Kaukasus en Oost-Anatolië. Bagdad wisselde meerdere keren van eigenaar. Ondanks de religieuze retoriek draaide de strijd ook om handelsroutes, belastingen en strategische controle over grensgebieden.
Maar op een gegeven moment waren beide partijen het vele vechten moe. Bovendien is oorlog voeren een dure aangelegenheid dat drukt op de economie. In 1639 sloten de Ottomanen en Safaviden mede daarom het Verdrag van Zuhab, dat de grens grotendeels vastlegde zoals die vandaag nog bestaat. Historici beschouwen dit verdrag als een van de duurzaamste grensafspraken ter wereld.
Van vijandschap naar pragmatisme
Na eeuwen van oorlog beseften beide machten in de achttiende en negentiende eeuw dat voortdurende conflicten hen verzwakten tegenover opkomende Europese rijken, met name dat van Rusland en Groot-Brittannië. De Ottomaanse en Perzische elites begonnen daarom pragmatischer met elkaar om te gaan. Door elkaar niet aan te vallen en meer samen te werken waar mogelijk, konden ze zelf meer tegenwicht bieden tegen opkomende westerse mogendheden.
Hoewel grensconflicten tussen beide rijken bleven bestaan, groeide het besef dat samenwerking soms noodzakelijk was. Rusland breidde zijn invloed uit in de Kaukasus en bedreigde zowel Ottomaanse als Iraanse belangen. Iran verloor grote gebieden aan Rusland na de Russisch-Perzische oorlogen, terwijl het Ottomaanse Rijk langzaam terrein verloor op de Balkan en de Krim.
In de negentiende eeuw ontstonden ook diplomatieke moderniseringspogingen. Beide staten probeerden hun bureaucratieën en legers te hervormen naar Europees model. En intellectuelen uit Istanbul en Teheran beïnvloedden elkaar tijdens discussies over het constitutionalisme (het hebben van een grondwet), hervormingen en nationalisme.
De religieuze tegenstelling bleef echter bestaan. Soennieten zijn immers geen sjiieten en andersom. Ottomaanse leiders wantrouwden Iraanse invloed onder sjiitische gemeenschappen in Irak en Anatolië. Terwijl Iran bezorgd bleef over Ottomaanse invloed in heilige sjiitische steden als Najaf en Karbala. Deze steden vielen onder Turks en niet onder Iraans gezag, maar waren wel van religieus groot belang voor de Iraniërs.
Moderne staten
Na de Eerste Wereldoorlog veranderde de regio ingrijpend. Het Ottomaanse Rijk stortte in en maakte plaats voor de Republiek Turkije onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk. In Iran kwam Reza Shah Pahlavi aan de macht, een nieuwe koning. Beide leiders wilden hun landen moderniseren, centraliseren en seculariseren.
In deze periode verbeterden de relaties tussen beide landen aanzienlijk. Zowel Turkije als Iran vreesden buitenlandse inmenging en wilden zodoende stabiele grenzen hebben. In 1926 ondertekenden beide landen een vriendschapsverdrag. Later volgden aanvullende verdragen over grensafbakening en veiligheid.
Onder Atatürk en Reza Shah ontstond bovendien een zekere ideologische verwantschap. Beiden wilden de religieuze invloed op de politiek beperken en streefden naar sterke nationale staten. Deze moesten gebaseerd zijn op modernisering en centralisatie. Secularisering van de samenleving was voor beiden een ander doel: het terugdringen van de invloed van religie op de maatschappij en op de verhoudingen tussen mensen.
Samen tegen de Sovjets
Na de Tweede Wereldoorlog brak de Koude Oorlog aan, waarin de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tussen 1945 en 1989 tegenover elkaar kwamen te staan. In deze periode kwamen Turkije en Iran dichter bij elkaar door een gemeenschappelijke vijand: de Sovjet-Unie. Turkije werd lid van de NAVO, terwijl Iran onder sjah Mohammad Reza Pahlavi een belangrijke bondgenoot van de Verenigde Staten werd.
Beide landen namen deel aan regionale veiligheidsinitiatieven zoals CENTO, een bondgenootschap dat de Sovjet-invloed moest indammen. Daarnaast werkten Turkije, Iran en Pakistan samen binnen economische organisaties gericht op regionale ontwikkeling. Dat laatste land had daar belangen bij om zo aartsrivaal India, dat zich meer op de Sovjet-Unie richtte, dwars te zitten.
Toch waren er onderliggende spanningen tussen Ankara en Teheran. Turkije was immers sterk westers georiënteerd en seculier, terwijl Iran onder de sjah weliswaar moderniseerde, maar cultureel en politiek nog steeds een eigen koers wilde varen. Iraniërs waren en bleven voor een groot deel religieus terwijl Turken relatief sneller seculariseerden. Bovendien bleef de historische rivaliteit sluimeren.
Khomeini komt
De Islamitische Revolutie van 1979 in Iran veranderde alles. De sjah werd verdreven en ayatollah Ruhollah Khomeini vestigde een islamitische republiek gebaseerd op revolutionair sjiisme. Voor Turkije was dit een schok. Ankara vreesde dat de revolutionaire ideologie van Iran islamistische bewegingen in Turkije zou inspireren. Het seculiere Turkse establishment keek met argwaan naar de nieuwe theocratische staat aan zijn oostgrens.
Toch verbrak Turkije de banden met Iran niet. In tegenstelling tot veel Arabische staten bleef Ankara pragmatisch omgaan met Teheran. Economische belangen speelden daarbij een grote rol: Iran leverde energie, terwijl Turkije een belangrijke handelsroute vormde richting Europa.
In 1980 brak de Iran-Irakoorlog uit nadat troepen van de Irakese dictator Saddam Hoessein de grens met Iran waren overgestoken om de Arabischtalige en olierijke provincie Khorestan in te nemen. Iran sloeg terug en de strijd werd bloedig. Van 1980 tot 1988, want zo lang duurde deze oorlog, koos Turkije officieel voor neutraliteit. Ankara profiteerde economisch van handel met beide strijdende partijen en probeerde zo te voorkomen dat het conflict zich uitbreidde.
Wie heeft de macht?
Na het einde van de Koude Oorlog (1989) ontstond een nieuwe machtsstrijd tussen Turkije en Iran, maar dan om invloed in de regio. Het Midden-Oosten werd immers veel instabieler door de Golfoorlogen, de Amerikaanse invasie van Irak (2003) en wat later de Arabische Lente (2010-2011) zou gaan heten.
De tegenstelling tussen Turkije en Iran werd vooral zichtbaar in Syrië. Ankara steunde oppositiegroepen tegen president Bashar al-Assad, terwijl Teheran het regime van Assad militair en financieel ondersteunde. Voor Iran is Syrië cruciaal als schakel naar Hezbollah in Libanon en als onderdeel van de zogenoemde ‘sjiitische as’. Turkije zag Assad echter als een obstakel voor meer regionale invloed en steunde aanvankelijk regimewisseling.
Door de verschillende belangen in Syrië kwamen Turkije en Iran indirect tegenover elkaar te staan in de Syrische burgeroorlog, een proxy-oorlog – een oorlog die met volmacht anderen werd gevoerd. Beide landen ondersteunden rivaliserende milities en politieke groepen. Toch bleven ze tegelijkertijd met elkaar onderhandelen, onder meer via het Astana-proces samen met Rusland. Deze dubbelzinnigheid typeert de moderne relatie: concurrentie gecombineerd met noodgedwongen samenwerking.
Economie, cultuur
Ondanks politieke spanningen zijn Turkije en Iran economisch sterk met elkaar verbonden. Turkije importeert Iraans aardgas en olie, terwijl Iran afhankelijk is van Turkse handelsroutes om westerse sancties gedeeltelijk te omzeilen. Vooral tijdens zware Amerikaanse sancties tegen Iran groeide Turkije uit tot een belangrijke economische partner.
Turkse banken en bedrijven speelden geregeld een rol in handelstransacties die voor Iran van levensbelang waren. Daarnaast vormt toerisme een belangrijke verbindende factor. Jaarlijks reizen miljoenen Iraniërs naar Turkije, mede omdat Turken relatief eenvoudige visumregels hanteren. Andersom kunnen Turkse burgers visumvrij naar Iran reizen.
Voor veel Iraniërs biedt Turkije toegang tot internationale markten, ontspanning en culturele vrijheid die thuis vele malen beperkter is. Op cultureel vlak blijven beide samenlevingen ook invloed op elkaar uitoefenen. Iraanse films zijn populair in Turkije, terwijl Turkse televisieseries veel kijkers trekken in Iran. Verder wordt voor mode en gebruiken vanuit Iran graag naar Turkije gekeken en delen de volkeren een keuken die op elkaar lijkt.
Competitie
In de afgelopen tien jaar is de concurrentie tussen Turkije en Iran opnieuw toegenomen. Turkije presenteert zich steeds meer als leider van de islamitische wereld en probeert invloed uit te oefenen in Syrië, Irak, Libië en in de Kaukasus. Iran ziet zichzelf ondertussen als grootmacht die via bondgenoten Irak, Syrië, Libanon en Jemen invloed uitoefent. Hierdoor botsen beide landen regelmatig met elkaar.
Een recent voorbeeld is de strijd om invloed in de Zuidelijke Kaukasus. Turkije steunde Azerbeidzjan sterk tijdens de oorlog tegen Armenië in Nagorno-Karabach. Iran keek daar met wantrouwen naar, deels omdat een sterk Azerbeidzjan nationalistische gevoelens kan aanwakkeren onder de grote Azerbeidzjaanse minderheid in Iran. Die woont vooral in het noordwesten van het land genaamd Zuid-Azerbeidzjan en zou zich misschien nog wel eens willen aansluiten bij Azerbeidzjan.
Ook in Irak botsen Turkse en Iraanse belangen geregeld. Iran heeft veel invloed op sjiitische milities en politieke partijen, terwijl Turkije militaire operaties uitvoert tegen terroristische Koerdische groeperingen. In de Irakese burgeroorlog was dit terug te zien, maar ook nu in vredestijd blijven deze belangen van Turkije en Iran een rol spelen in het tweestromenland.
Religie versus nationalisme
Hoewel religieuze verschillen belangrijk blijven, draait de hedendaagse rivaliteit niet uitsluitend om soennisme tegenover sjiisme. Nationalisme speelt minstens zo’n grote rol. Turkije voert een beleid dat sterk gericht is op Turkse geopolitieke belangen en invloed in voormalige Ottomaanse gebieden. Iran handelt vooral vanuit een streven naar strategische veiligheid en regionale dominantie.
Beide landen gebruiken religie gedeeltelijk als instrument om invloed uit te oefenen, maar uiteindelijk handelen ze meestal pragmatisch, zeker naar elkaar. Dat verklaart waarom ze ondanks scherpe meningsverschillen zelden rechtstreeks militair met elkaar in botsing komen. Turken en Iraniërs houden elkaar zo in balans. Tevens speelt het besef bij beiden dat juist derde partijen buiten de regio grotere onruststokers zijn of kunnen zijn.
Een relatie van evenwicht
Wat de relatie tussen Turkije en Iran bijzonder maakt, is de opmerkelijke stabiliteit. Ondanks eeuwen van rivaliteit hebben beide landen geleerd elkaars bestaan en invloedssferen grotendeels te accepteren. De grens tussen Turkije en Iran behoort tot de oudste stabiele grenzen ter wereld. Dat is uitzonderlijk in een regio waar grenzen vaak door oorlogen en koloniale inmenging zijn veranderd.
Beide staten begrijpen bovendien dat een oorlog desastreus zou zijn. Daarom zoeken ze meestal naar een fragiel evenwicht: concurreren waar nodig, samenwerken waar mogelijk.
Turkse minderheden
Los van dit alles is er nog iets anders waar Teheran rekening mee heeft te houden: de Turkse minderheden in het land. Zo vormen Azerbeidzjaanse Turken, die voornamelijk in het noordwesten wonen, de grootste Turkstalige minderheid. Daarnaast bestaan er kleinere Turkse groepen, zoals de Qashqai in het zuiden en de Turkmenen in het noordoosten van Iran. De Azerbeidzjanen vormen tevens de grootste etnische minderheid van Iran en worden geschat op ongeveer zestien tot 24 procent van de bevolking.
De aanwezigheid van Turkse bevolkingsgroepen in Iran gaat terug tot in de elfde eeuw, toen Turkse stammen vanuit Centraal-Azië naar het gebied kwamen en niet meer weggingen. In de eeuwen daarna speelden Turkse dynastieën een belangrijke rol in de Iraanse geschiedenis. Zo werden grote delen van Iran bestuurd door Turkse heersers, waaronder de Seltsjoeken en later de Safaviden. De langdurige vermenging van Turkse en Iraanse culturele tradities is mede hierdoor gevormd.
Hoewel de Azerbeidzjanen ook sjiieten zijn – Turken in Turkije zijn overwegend soennieten – ging de relatie tussen de Iraanse staat en de Turkse minderheden altijd met spanningen gepaard. Gedurende de Pahlavi-dynastie (van 1925 tot 1979) werd een sterk nationalistisch beleid gevoerd dat de nadruk legde op de Perzische taal en identiteit. Het gebruik van minderheidstalen in onderwijs en het bestuur werd beperkt. Dit leidde tot gevoelens van culturele achterstelling onder Turkstalige groepen.
Sinds de Islamitische Revolutie van 1979 is de positie van de Azerbeidzjanen relatief sterk gebleven in vergelijking met andere etnische minderheden. Velen beschouwen zichzelf zowel Turks als Iraans en streven niet naar afscheiding. Wel bestaan er bewegingen die meer erkenning vragen voor de Turkse taal en cultuur, bijvoorbeeld door onderwijs in de moedertaal mogelijk te maken. De komst van de onafhankelijke republiek Azerbeidzjan in 1991 heeft bovendien het etnisch bewustzijn versterkt.
Voor zover momenteel bekend namen veel Iraanse Azerbeidzjanen deel aan de landelijke protestgolf van eind 2025 en begin 2026. Demonstraties vonden plaats in de provincies Oost-Azerbeidzjan en West-Azerbeidzjan, hoewel verschillende analyses aangeven dat deze mensen aanvankelijk wat voorzichtiger meededen dan sommige andere minderheidsgroepen. Later sloten ze zich wel bij de bredere anti-regeringsprotesten aan. Er zijn ook veel doden onder hen gevallen.
Zowel Turkije als Azerbeidzjan hielden zich erover op de vlakte. Ankara en Baku vermijden directe inmenging in Iran om geen olie op het vuur te gooien. Er is soms wel publieke retoriek over de rechten of culturele bescherming van Azerbeidzjanen geweest, maar concrete steun aan de demonstranten, zoals politieke of militaire druk op Iran, ontbrak in 2025 en 2026. Voor de Iraanse Turken betekent dit dat hun protesten vooral een binnenlandse aangelegenheid zijn, zonder externe bescherming.
Conclusie
De relatie tussen Turkije en Iran is een verhaal van eeuwenlange rivaliteit, culturele uitwisseling en geopolitiek pragmatisme. Vanaf de strijd tussen de Ottomanen en Safaviden tot de hedendaagse conflicten in Syrië en de Kaukasus: beide landen hebben telkens geprobeerd hun invloed in het Midden-Oosten veilig te stellen.
Religieuze verschillen tussen soennisme en sjiisme hebben de spanningen tussen Turkije en Iran versterkt, maar verklaren zeker niet alles. Machtspolitiek, nationalisme, economische belangen en veiligheidsoverwegingen spelen een grotere rol.
Tegelijkertijd hebben Turkije en Iran door de eeuwen heen geleerd samen te leven. Ondanks oorlogen, revoluties en ideologische botsingen bleef hun relatie opmerkelijk duurzaam. Ze zijn concurrenten, maar ook buren die elkaar nodig hebben. Daar handelen beide landen dus ook naar, wat weer een stukje stabiliteit oplevert in een vrij instabiele regio.
Juist die combinatie van rivaliteit en wederzijdse afhankelijkheid maakt de Turks-Iraanse relatie tot een van de meest fascinerende en bepalende relaties in de geschiedenis van het Midden-Oosten. Met de huidige oorlog en politieke instabiliteit in de regio is dit extra interessant te noemen.







